Eli Heimans


Jac. P. Thijsse










Documentatie      
&
Debat
  • natuurbeleving
  • natuurstudie
  • natuurbehoud
  • natuureducatie


  • Heimans en Thijsse Stichting
     
    Home | Stichting | Actueel | Dossiers | Collectie | Contact | Links
     

    > Home > Actueel > Boekbespreking 'Een eersteklas landschap'

    Boekbespreking 'Een eersteklas landschap'

    - 29 januari 2011 -

    Mensen van mijn generatie zeggen op gezette tijden 'Ik heb De Beer nog gekend' om daarna met weemoed te spreken over Het Breed en het Groene Strand waar in de herfst de morinelplevier neerstreek, om vervolgens verbitterd te spreken over de ondergang van dit vogeleiland en de arrogante houding daarbij van de Rotterdamse bestuurders. Het allesomvattende boek over De Beer kwam al in 2007 uit, maar de bespreking liet even op zich wachten.

    Een eersteklas landschap De auteur Ed Buijsman (1948) werkt bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Zijn historische belangstelling bleek al uit het boek over de geschiedenis van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (2003). Hij was op zoek naar het landschap bij Hoek van Holland zoals afgebeeld op de bekende aquarel van Jan Voerman Jr. in het Verkade-album Onze groote rivieren (1938), dat ook de voorkant van het boek toont, en ontdekte dat het niet meer bestond. Door middel van oproepen in natuurtijdschriften kreeg hij veel informatie en beeldmateriaal over De Beer. Zijn literatuuroverzicht is dan ook ongekend uitgebreid, maar Keetmeisje uit Europoort (1994) met bijna 50 foto's ontbreekt. Daarnaast raadpleegde hij vele archieven en sprak met sleutelfiguren. Dit alles leidde tot een prachtig boek van ruim 200 bladzijden op voorbeeldige wijze vormgegeven door uitgeverij Matrijs in Utrecht. De titel 'Een eersteklas landschap' is afkomstig uit het voorwoord van Het Vogeleiland van de hand van Jac P. Thijsse. Deze verklaring volgt overigens pas op bladzijde 188. Opvallend zijn verder de fraai geschreven intro's bij elk nieuw hoofdstuk van het boek.

    Het boek geeft in zes delen de geschiedenis van 'Den Beer van Holland', wat zoveel wil zeggen als een uitstekende zandbank in de Maasmond bij Holland. Het eiland De Beer ontstond door het graven van de Nieuwe Waterweg in 1868 en werd omgevormd tot Europoort in 1964. Achter De Beer kwam in 1870 de Scheurpolder tot stand, maar er bleef langs de Brielse Maas een groot riet- en biezenmoeras bestaan, de Vogelplaat van 300 hectare.

    Het brede, deels begroeide, strand, de duintjes met windgaten en de rietgorzen vormden een dynamisch kustsysteem in het estuarium van de Brielsche Maas. Door een viertal NJN'ers onder leiding van Niko Tinbergen werd dit paradijslijk landschap in 1930 uitvoerig beschreven in Het Vogeleiland. Mede door dit boek kwam in 1935 de Stichting Natuurmonument De Beer tot stand. De Dienst der Domeinen en andere vertegenwoordigers van diverse ministeries zaten in het bestuur, plus enkele mensen namens de particuliere natuurbescherming.

    'Domeinen' had grote invloed en drukte samen met de Duitse bezetter de inpoldering van de Vogelplaat in de jaren 1941-1943 door, waardoor het karakter van De Beer fundamenteel veranderde. Bij de aanleg van de westelijke dijk van de nieuwe Pan- of Krimpolder werden stukken duin benut, hetgeen op de kaart goed is te zien, maar in de tekst niet wordt uitgelegd. De zuidelijke dijk liet maar een klein deel van het intergetijdegebied over, namelijk de Klutenbank, het Wijde Slik en de Ganzenkreek. De hiermee bereikte waterbeheersing was een Duits belang voor de aanleg van de Atlantikwall met honderden bunkers. De inpoldering was ook bedoeld voor de voedselproduktie. Ed Buijsman had de grootste moeite deze geschiedenis te reconstrueren, want er is geen archief van de Pan- of Krimpolder (en dat is in Nederland echt heel bijzonder).

    De rentmeester van Domeinen had nooit voorzitter van de Stichting Natuurmonument De Beer mogen zijn. Hij zag De Beer vooral als 'woeste grond' die je moest ontginnen. In 1946 verdween hij van het toneel. Na de oorlog herstelde het gebied zich opvallend snel en in 1950 waren de kustbroedvogels weer massaal terug op De Beer met grote sterns, kokmeeuwen, visdiefjes en zelfs de lachstern. Wel was het beheer in onze ogen vreemd: massale bestrijding van konijnen, kokmeeuwen en zelfs scholeksters 'die hun jongen voeren met ingewanden van grote stern'. In 1950 kwam de dam in het Brielsche Gat gereed.

    In de eerste tien jaren na de Tweede Wereldoorlog genoten opnieuw duizenden stedelingen van de wijdsheid en in het bijzonder van de vogels op de kop van Rozenburg. In diezelfde tijd was # door de steeds grotere olietankers - de trek van de Rotterdamse havens naar zee begonnen. Ook wilde de stad vlak bij zee een staalfabriek vestigen. In de loop van 1956 begon het spel om de havens en industrie op De Beer en de havenbaronnen speelden dat met arrogantie, bluf en voldongen feiten. Het gemeentebestuur liep aan de leiband van het bedrijfsleven. De brave heren met hun dubbele agenda's in het bestuur van de Stichting Natuurmonument De Beer reageerden aarzelend en bangig, ze wilden niet hinderen. Alleen mr. Van der Goes van Naters (de rode jonkheer) reageert fel en stelt kamervragen. Terwijl burgemeester Van Walsum van Rotterdam compensatie elders in de Delta bepleit, praat het bestuur van De Beer over compensatie van gebouwen en kaartverkoop!

    De natuurwaarden spelen in Rotterdam niet mee ('die vogeltjes gaan maar elders broeden'). De Beer heet een recreatiegebied. De geprikkelde houding van de havenbestuurders op de kritische geluiden van de natuurbeschermers komt voort uit het feit dat de natuurbescherming niet in het overleg vertegenwoordigd is. Ook speelt volgens mij een rol dat men zich ongemakkelijk voelde in hun houding tegenover de Natuur of de Schepping. Men had er wel degelijk uit kunnen komen door alleen de landbouwpolders tot havens te vergraven en De Beer te sparen (de staalfabriek is daar nooit gekomen). Van De Beer bleef uiteindelijk De Kleine Beer over, een snipper van 13 hectare of 1 % van het oorspronkelijke gebied.

    Het begrip 'staatsnatuurreservaat' bleek niets waard. Het ging alleen over de welvaart, het welzijn moest maar wachten. Er werd een zeer eenzijdige ruimtelijke ordening bedreven. In de Contact-Commissie voor Natuur- en Landschapsbescherming werd terecht gesproken over een 'overhaaste beslissing, waarbij iedere behoorlijke afweging van belangen heeft ontbroken'. De regering in Den Haag speelde geen rol. Voor de natuurbescherming betekende het 'dit nooit meer op deze manier'. Toen Voorne werd bedreigd met haven- en industrieplannen kwam er wel een 'demarcatielijn'. In 1970 zou de nieuwe trend in de natuurbeschernming worden geconcretiseerd in de Stichting Natuur en Milieu. Overigens werden op de Hompelvoet in de Grevelingen na 1971 diverse veldnamen vernoemd naar De Beer, zoals het Wijde Slik, Kievitsplas, Het Breed en 't Groene Strand.

    In het slothoofdstuk wordt een belangrijke beschrijving gegeven van het landschap van De Beer in de jaren vijftig en begin jaren zestig. Hiervoor tekende Jan Koolen, een groot kenner van het gebied die er meer dan 150 keer op excursie ging en honderden kleurendia's maakte. Op de topografische kaart van 1957 onderscheidt hij 45 deellandschappen die beeldend worden beschreven met planten- en vogelsoorten en ge´llustreerd met treffende foto's. Het geeft de lezer de mogelijkheid als 't ware opnieuw een wandeling te maken en de sfeer weer te ervaren. Ik vind dat een belangrijk gedeelte van het boek. Ed Buijsman concludeert: 'Het verlies van De Beer was zonder weerga en onmetelijk'. Naast Het Vogeleiland (1930) hoort het nieuwe boek over De Beer (2007) bij elke natuurbeschermer in de boekenkast te staan!

    Frans Beekman

    Ed Buijsman. 2007. 'Een eersteklas landschap' De teloorgang van natuurmonument De Beer. Matrijs, Utrecht. ISBN 978 90 5345 328 5 Hardback, 240 pp. Prijs 29,95 euro.


    Dossier Boeken

    Meer actuele berichten


    Word donateur van de Heimans en Thijsse Stichting!

    Naar boven ^